We zijn verbonden, altijd en overal, in welke positie of situatie we ook zijn. Meditatie heeft twee grote ‘doelen’- we komen onszelf tegen wat van belang is voor zelfonderzoek en groei. En het opent ons voor het mysterie dat zich uitdrukt in alles en iedereen en wat zich in ons als mens en in onze beleving van alledag (alle verschijnselen) manifesteert. Uiteindelijk ervaren we dat we onlosmakelijk met alles en iedereen verbonden zijn, wederzijds afhankelijk, dat alles en iedereen ‘mij’ beweegt en, tegelijkertijd, dat dit leven zoals ik het ervaar ongebaand is en alleen door mij kan worden gegaan en geleefd. Dat is waarom ik vaak zeg: het gaat er niet om christen of boeddhist te zijn of te worden, het gaat erom mens te worden en te zijn, zo volledig mogelijk mens te zijn, naar vermogen. Dat is de uitdaging van het pad te midden van een wonderlijk en tegelijk zeer weerbarstige wereld. Het leven moet geleefd worden, we kunnen en mogen ons er niet aan onttrekken. Er is geen plek waar we kunnen vluchten voor onszelf. Elke stap, elke daad, elke gedachte doet er toe. Daarom benadrukt zen ook zo: laat geen tijd verloren gaan.

Onze Oergrond – God het Zelf, Boeddhanatuur – is één grenzeloze oceaan van stilte, van Licht, energie waaruit alles oprijst en waarin alles verdwijnt, in dit ene moment. Stilte is een kwaliteit van de grond waarin alles verbonden en onlosmakelijk met elkaar samenhangt. Daar, in de Oergrond, gebeurt ‘niet-iets’, God ’is’, Ongeboren, Onnoembaar, Onwezenlijk, zonder kenmerken. Het verenigt onze beleving van verleden, heden en toekomst, van ruimte en tijd, leven en dood, het sluit niets en niemand uit en vindt een expressie in alles en iedereen, in alles van vorm en naam. Stilte is derhalve niet het tegenovergestelde van geluid maar ligt onder spreken en zwijgen. Het Eeuwige manifesteert zich aldus in het tijdelijke. Het is de vruchtbare bodem van ons bestaan – nirvana. En het wordt samsara door wat wij ervan maken, door onze hechting aan het tijdelijke en de veelheid, met onze voor- en afkeer, dat is waarom we zo dikwijls verdwalen in het gedoe van alledag. Tegenstellingen en verdeeldheid ontstaan vanuit ons onvermogen, onze onwetendheid van wat werkelijkheid is, de samenhang van en eenheid in alle dingen.

In onze opvoeding en scholing zijn we niet vertrouwd geraakt met de eenheid maar met de veelheid, de uiterlijke wereld. En het zijn de spirituele wegen die ons helpen herinneren waar we zijn,  waarin we staan en wat we in werkelijkheid zijn. Waar is God, Boeddhanatuur? Wel, hier op de plek waar we zijn. Waar we zijn, daar is ons pad, het pad als metafoor voor onze geest of Oergrond waarin alles verschijnt en één is. Daar, in ons, ontspringt het universum. De onophoudelijke verandering die we menen waar te nemen is niet zozeer een verandering in de tijd – het doet zich voor in het tijdloze waarin we staan. Als ware het een  caleidoscoop brengt het ene onzichtbaar en naadloos maar onstuitbaar het andere voort. Dit ons weer her-inneren, in het bewustheid brengen en voor-leven is de weg van zen, de weg van meditatie – realisatie – actualisatie.

 

(Foto: Lotte Claessens)
Zenbegeleiders leren hun cursisten in feite niet zoveel. Misschien het zitten op een kussentje of bankje en het telkens weer wijzen op het feit dat hetgeen men zoekt al voorhanden is, volledig, niets ontbreekt. Dat is het zo’n beetje. Maar het is de cursist die het werk doet. En het enige dat de cursist in feite te doen valt, is gaandeweg zichzelf overwinnen, zichzelf vergeten en voor een ogenblik werkelijk ‘zien’, niet met de persoonlijke duale blik, maar met de natuurlijke, oorspronkelijke blik, zien met de ogen van de ruimte. Dat is een belangrijke stap. En vervolgens gaat het erom die ervaring vruchtbaar te laten zijn in het alledaagse leven. Je op de plek waar je bent telkens weer herinneren, o ja, hier gaat het om, dit is het, het is niet weg, het is nooit weggeweest, het klopt aan mijn deur, onophoudelijk.
    Waar het om gaat, is al gaande in alles wat gebeurt, in alles wat we doen en in alles wat we denken. Het is allemaal ‘meer nabij dan ik mezelf’ zoals een mysticus zei. We zijn er als mens zelf de expressie van. Het Licht dat we zoeken, het drukte zich altijd al uit in…ons. Het is niet voor niets een weg van her-innering. De herinnering is de bevrijding, de verlossing, de wederopstanding.
    Dit is de eindeloze weg van zoeken en van meditatie, de weg van realisatie en van actualisatie. Doorheen al onze beslommeringen, weerstand, twijfel, verlangen, emoties en verwarrende gedachten. De weg, die simpelweg ons alomvattend bestaan, sluit niets uit of buiten. We kunnen struikelen en vallen, we staan op en gaan verder. We doen het het niet alleen, we zijn geen eiland, alles en iedereen draagt en begeleidt ons. Wat dit alles van ons vraagt? Vertrouwen. Groot vertrouwen. Het gaat niet om zen, niet om boeddhisme, niet om leraren. Het gaat om het antwoord op de vraag: wat doe ik nu? Wat staat mij te doen op dit moment? En het volgende? Hoe leef ik dit mysterie, dit bestaan in samenhang met alle anderen?