Om de beste ervaringen te bieden, gebruiken wij technologieën zoals cookies om informatie over je apparaat op te slaan en/of te raadplegen.
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.
De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.
Tot wasdom komen, als de maan, is ´mens worden´
‘We moeten mee, we hebben geen keus’. Je hoort het nogal eens. Dat is een begrijpelijke maar beperkte wijze van naar het leven kijken. Er is een andere mogelijkheid, namelijk: Ik wíl mee, ik zeg ‘ja’, hoe uitdagend, moeilijk of onmogelijk de situaties en omstandigheden ook zijn. Zo’n omslag in de wijze van kijken betekent tot wasdom komen, vol-wassen worden, zoals de maan van een sikkel tot volle wasdom groeit. Menswording. Het leven zelf ís namelijk geen keuze, het is gegeven.
Tot wasdom komen in die zin heeft weinig te maken met succes of prestaties, hoewel het leven deze aspecten niet bij voorbaat uitsluit. Maar het heeft meer te maken met jezelf ‘op het spoor’ komen, in je eigen levensspoor komen, zoveel mogelijk van jezelf zien en leren kennen, heel worden als mens. Het betekent gaan zien dat je gaat zien dat wat je doet effect heeft op de omgeving, dichtbij en verder weg en dat je daarmee verantwoordelijk bent voor wat je doet en denkt.
‘Mens worden’ verwijst naar: op dat vlak heel worden, volgroeien. Het betekent de vermogens die we tot onze beschikking hebben wekken en laten volgroeien. Dat kan niet zonder inbreng van en afstemming met wat ‘de buitenwereld’ noemen toelaten. Sterker, de buitenwereld staat niet op afstand, maar is nabij, en wel heel nabij, namelijk hier, in ons, dat wil zeggen in ons bewustzijn. Het is hier, in ons, waar die ‘buitenwereld’ kleur krijgt – in de oordelen, opvattingen, reacties en de gevoelens en emoties erover. Buiten is dus goedbeschouwd ‘binnen’. Als we de wereld inkleuren door er iets van te vinden, kleuren we de mensen erin mee. We vinden hen zus of zo, ze staan ons aan of niet. Zoveel mensen, zoveel meningen. Maar veel van die meningen en opvattingen zijn niet altijd ergens op gebaseerd, het is van horen zeggen, van misschien een eerste indruk.
Mens worden is, leren doorheen oppervlakkige meningen heen te prikken, onszelf daarin te leren waarnemen en meer de diepte in te gaan en te zien dat er achter die meningen iets anders schuil gaat, dimensies die veel dieper reiken dan we ons kunnen voorstellen en uiteindelijk ons taalvermogen overstijgen. Zodra we de ander ‘in ons’ vrij kunnen laten van onze eigen neiging tot meningsvorming kan die mens vrij komen en zich vrij ontvouwen en ontplooien, letterlijk. Die ‘ander’ blijkt niet zo ver van ons af te staan als we aanvankelijk geneigd waren aan te nemen. Op een of andere wijze blijken we die persoon te kennen. Misschien niet bij naam, we weten niet waar hij of zij woont, maar het is niet zo’n vreemde als eerder werd gedacht.
Meegaan in allerlei ongefundeerde meningen ontaardt in ‘geleend’ gedrag. We zijn onszelf niet. Zodra we die gewoonte kunnen afleggen, komen we letterlijk meer bij en tot onszelf. Dat wil zeggen bij onszelf als een persoon die in staat is met een onbevooroordeelde blik de wereld in te kijken. Het betekent de transformatie van de persoonlijke verengde blik waarvan we mensen en dingen uitsluiten naar de blik van de ruimte waarin alles en iedereen een plaats heeft. Menswording.
Foto: Unsplash – Mark Tegelhoff
‘Buddha would be green’ – Dalai Lama calls for urgent climate action in a new book
The Guardian 12 nov 2020 |
The Dalai Lama has appealed to world leaders to take urgent action against climate change, warning of ecological destruction affecting the lives of billions and ruining the planet, including his birth country, Tibet.
As a call to action he has brought out a new book declaring that if Buddha returned to this world, “Buddha would be green”.
In an interview for Channel 4 News and the Guardian, the Buddhist spiritual leader spoke from the Indian city of Dharamsala, where he has been exiled for six decades. He warned that “global warming may reach such a level that rivers will dry” and that “eventually Tibet will become like Afghanistan”, with terrible consequences for at least a billion people dependent on water from the plateau “at the roof of the world”.
Foto: Unsplash – Yevgeni Nelmin
Gebed, meditatie is een geschenk aan de mensheid
In de nieuwsbrief van november 2020 aan cursisten en relaties ben ik ingegaan op de betekenis en kracht van het gebed, de meditatie.
Gebed is, althans wat mij betreft, geen kwestie van een hogere voorzienigheid verzoeken om zaken te regelen. Voor mij was al vroeg duidelijk dat ’God’ geen persoon is en in feite niets doet. En ook: niet-iets ‘is’. God handelt niet. Het is geen kwestie van God is ‘tegen’ of God is ‘voor’. Je zou kunnen zeggen: God, of dat waar het voor staat, stelt zichzelf enkel ter beschikking – in de zin van scheppingskracht die zich manifesteert als onze totale bestaan – in onze vermogens zoals de wil, het geheugen, het denken, de zintuigen, ons lichaam, ons bewustzijn.
Die kracht hebben we in duizenden van jaren gepersonaliseerd, er is een naam aan gegeven, een geslacht en soms een beeld van een persoon met een baard boven de wolken of een stem in de Bijbelse teksten. We praten ermee, prijzen of vervloeken ‘Hem’. Generaties groeiden en groeien ermee op en de scheppingskracht is daarin uit het dagelijkse leven verdwenen en heeft een plaats in het hiernamaals gekregen. In de perceptie van velen leven we een weerbarstig bestaan waarin geen God of iets soortgelijks is te bekennen.
Zoals Carl Gustav Jung het zei – we zijn de verbinding met onze eigen natuur kwijt. In de zin van verloren, vergeten. Als sleutels tot een poort naar een ongedeeld natuurlijk landschap waartoe we als peuter nog wel toegang hadden maar dat we gaandeweg achter ons lieten – de poort is dicht en de sleutels liggen ergens, verborgen.
Velen ervaren niet langer de kracht van die natuur in alle dingen die we doen en denken noch de onmetelijkheid van de geest waarvan ons bewustzijn een wonderbaarlijke functie is. Onze zintuigen zijn werkzaam dankzij die kracht. Daarom ook: Het oog waarmee God mij ziet, is het oog waarmee ik God zie. Daarom ook: Gij zijt mij nader dan ik mijzelf. En daarom ook: Wij geloven niet genoeg. Wij geloven niet dat we, zoals mijn leraar het noemt, ‘paradoxale dubbelwezens’ zijn, bodhisattva’s – sterfelijke wezens geschapen in en uit Licht. Ja, we zijn Boeddha’s. In de wereld doen we er alles aan om mensen tot ontwikkeling en groei te laten komen, zichzelf te vertrouwen en te overtreffen in kennis, carrière enz. Maar de meest voor de hand liggende bewustwording, leren ervaren en zien wat we werkelijk van nature zijn, laten we buiten beschouwing, op grond van misvattingen, waarvan misschien de grootste is een diep geworteld ongeloof: Ik? Een bodhisattva, een Boeddha? Nee, niet ik!
Carl Gustav Jung, die voor mij een brug naar Zen en initiatie vormde, omschreef het na decennia van diepe introspectie uiteindelijk zo: ‘Ik geloof niet meer, ik weet’. Niet in de zin van een intellectueel weten als zij het een bezit, maar een innerlijk en universeel (niet)weten. De natuurlijke aard der dingen waarvan wij (en alle dingen) de levende expressie zijn was hem helder geworden. Het bewustzijn was gelouterd, de verduistering van misvattingen was opgetrokken en de klare, heldere werkelijkheid ontvouwde zich voor hem.
Deze klare, heldere onvatbare werkelijkheid kent geen religie, kleur, partij, geweld, emoties, gevoelens maar toont zich tegelijkertijd in al dat – het totale palet van onze, van ieders beleving. Daarin ligt de valkuil. We vereenzelvigen en verwarren dat wat we God noemen met onze eigen beleving. Oordelen over onszelf en anderen bijvoorbeeld. Dat brengt de dwaling en misvatting voort dat God er wel net zo over moet denken. Met alle gevolgen van dien voor de soms vreselijke gebeurtenissen die we in de wereld, nabij en verder weg, zien.
God ‘zien’ is de ongedeelde scheppingskracht de kans geven zich voor ons, beter nog, in ons te ontvouwen. Gebed of de meditatie is daartoe een mogelijkheid, een weg, de beoefening waarin we alles ‘laten’, het drukke en volle bewustzijn niet langer ‘voeden’ waardoor het kan kalmeren, waarin we geduld en discipline oefenen, waarin we het bewustzijn ontledigen, bewogen worden voorbij het denken in tegenstellingen te gaan, waarin wat verstrooid weer tot natuurlijke eenheid kan komen, waarin we stil vallen in de universele stilte van zoheid, waarin het Onnoembare ons beweegt zichzelf toe laten en ons helpt tot overgave te komen, waarin we samenvallen en oplossen in dit ene en dit ene ogenblik en ervaren dat we nooit van dat ene gescheiden waren (en daarmee nooit van anderen), dat alles hier en nu volledig aanwezig is, in ons, door ons en met ons.
Gebed, de meditatie vormt een geschenk aan de mensheid. Het is de houding van eenheid waarin alles een unieke plaats kan hebben. Het is je laten vervullen van alle leven en je vanuit de eenheid van geest laten leiden – in woord, gedachte en handelen. Spirituele scholing begint derhalve wellicht op een kussen of bankje maar het dient uiteindelijk uit te vloeien naar alle aspecten in het dagelijks leven, het leidt tot een meditatief leven, een leven waarin alles wat we doen in feite een gebed is, omdat alles wat we doen is ingebed in het universele moment, en voortkomt uit dat moment. Niets maar dan ook niets is daarvan uitgesloten. En het is dé enorme uitdaging aan ons daaraan gehoor te geven en hetzelfde te doen.
Gassho, Ben Sensei
Foto (eigen): Meditatieruimte in Stiltecentrum Abdijhoeve, Abdij St. Willbrord, sept 2020