We spreken van – wat we noemen – leegte, of als we andere begrippen gebruiken: Boeddhanatuur, God, hart, geest, het Onnoembare, Zoheid, niet-iets.
Het is het absolute nulpunt – de essentie van onze levenservaring waar leven en dood thuis zijn.

En die Zoheid brengt alle verschijnselen (dharma’s) voort. Ook bewustzijn met denken, voelen en emoties, is dharma. Wij mensen ervaren daardoor een wereld waarin van alles gebeurt, waarin we van alles zien, ruiken, horen, voelen. Ons bewustzijn speelt ons parten – die legt op alles wat het ervaart een naam. We leven in en met concepten. Daar is op zich niets mis mee. Maar er is meer dan dat.

Bewustzijn is een functie van Zoheid of Boeddhanatuur. Zodra we het bewustzijn kalmeren en laten rusten (Dogen noemt dat lichaam en geest laten vallen) en we even geen neiging of behoefte meer hebben iets te benoemen kan het zijn dat er ruimte ontstaat waarin alles zich heel natuurlijk kan ontvouwen – dat heet ontwaken. We zien niet iets nieuws – maar we ervaren ”wat is” – namelijk de wereld, ja het universum, ‘’uit 1 stuk’’, onverdeeld, totaal, oneindig, grondeloos, ongeboren en oorspronkelijk.

Het maakt dus in zekere zin niets uit wat we denken of doen – de essentie verandert niet. Maar het maakt wel wat uit als we besluiten de heelheid te dienen. We leven in de wereld en via zen (of een andere weg of leefwijze die leidt tot een spirituele ervaring) kunnen  we ons verdiepen in de eenheid van het bestaan en van daaruit leren leven in een wereld en samenleving waarin zeer verschillend wordt gedacht. Essentieel is de ervaring dat de wereld, het universum niet buiten mij is maar door mij heen gaat. Het koninkrijk Gods is in u. Dus wat er aan verscheidenheid in de wereld ook gebeurt, het vindt plaats binnen de eenheid in mij.

 

In dit bestek richt ik me op ons bestaan, als een niet-duurzame expressie van een eeuwige essentie. We leven allemaal dit leven en we leven allemaal dit ogenblik. Goed beschouwd manifesteren we dit leven ten volle en zijn we dit ogenblik, de situatie.

Lees hier Zen – de situatie die we zijn

De spirituele weg vraagt volharding, toewijding en een groot verlangen. De weg naar binnen is een lange weg, met perioden die we als ‘dor’ kenmerken, perioden waarin niets zinvol lijkt en alles vruchteloos. Het vertrouwen en het geduld worden veelvuldig op de proef gesteld. We weten niet waarheen de weg ons leidt of wat ons op dit pad beweegt. Maar al naar gelang we vorderen op de weg vergroten we en verdiepen we, met vallen en opstaan, het vertrouwen in en de intimiteit en de afstemming met de weg die ons leven is. Zodra we leren ons werkelijk open te stellen voor de kracht die ons leven schenkt, valt alles ons toe.

Wat ons leven schenkt, is wat ons in al onze stappen beweegt, het is de onzichtbare kracht die zich in alles manifesteert – in alles van vorm en naam. Het is deze kracht die een onlosmakelijke verbondenheid betekent met en tussen alles en die de kracht en het wonder van mededogen en vergeving bewerkstelligt.

Ons afwenden van die weg van eenheid brengt emoties en gedachten van verdeeldheid, ons toewenden, herstelt die eenheid en laat ons delen in de kracht van de liefde. Daarin ligt dus het geheim – in de mate waarop we ons kunnen en durven openstellen, de mate waarin we onszelf kunnen laten ‘vallen’ in de onmetelijke en peilloze diepte van de scheppingskracht waarvan we zelf de expressie zijn. Dat is waarom we het ‘thuiskomen’ en ‘wedergeboorte’ noemen. Het is de her-innering aan wat we zijn, aan waar vandaan we komen en waarheen we gaan. Niet in de tijd gezien, maar hier en nu, in ieder moment.

De scheppingskracht die we Boeddhanatuur of God noemen is ons nader dan wij onszelf en omdat we er niet bij kunnen en we onszelf er alleen aan kunnen overgeven, is en blijft het een mysterie, is en blijven we onszelf een mysterie. Nee, we kunnen onszelf niet kennen, hoezeer we onszelf ook kleden met namen, titels, deugden en voornemens, we weten het niet.

Dit pad en dit mysterie staat niet op afstand van ons leven – het manifesteert zich in iedere stap op de weg, in al ons doen en laten en het is onze opgaaf dit doen en laten op te dragen aan het mysterie waarin we met de medemens en alles wat is één zijn. Daarom gaan we de weg uiteindelijk niet voor onszelf maar staat die ten dienste van de ander en van alles wat is. Telkens weer vermoeien we ons de verdeeldheid te laten en de eenheid te wekken en vandaaruit te handelen, te denken, te luisteren en te spreken. Juist omdat al onze vermogens, ons lopen en ons ademen, enkel in en door en met de scheppingskracht, de Boeddhanatuur, kunnen plaatsvinden, is onze beoefening erop gericht ons voor die natuur open te stellen conform het credo Niet mijn wil maar Uw Wil geschiede. Waarbij wat we ‘Wil’ noemen geen menselijke wil is maar staat voor de totale scheppingskracht die ons beweegt. Zodra we ons open stellen worden we opgenomen en bewogen door die kracht. We leven dankzij, in en door die kracht en derhalve spreekt het voor zich dat het ons beweegt en leidt en dat, wanneer we er werkelijk gehoor aan kunnen geven, we ons ermee willen afstemmen en opgaan in de diepste verbinding met alles, in dat wat we liefde en mededogen noemen.