Om de beste ervaringen te bieden, gebruiken wij technologieën zoals cookies om informatie over je apparaat op te slaan en/of te raadplegen.
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.
De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.
Het belang van zelfonderzoek – ken jeZelve
Spiritualiteit staat, zoals Johannes van het Kruis het noemde, ‘afdalen in jezelf’. Hij doelde daarmee op afdalen in je bewustzijn en daarmee in je vermogens tot denken en het geheugen. Afdalen (door meditatie/contemplatie) is een proces van jaren. Tijdens dat proces belanden we in onbekende en ongekende lagen die direct van invloed zijn op ons doen en laten. Zelfonderzoek daarvan in het alledaagse leven is, naast meditatie en de studie van teksten, daarom een van de pijlers van het spirituele pad.
Essentieel op dat pad is dat we geleidelijk steeds helderder gaan zien dat de wereld van nature geen kleur heeft maar dat wij, ieder van ons, die kleur inbrengt. De wereld, het universum is een bewustzijnservaring, een weerspiegeling van de geest, het grote Zelf. Daarin, in die geest, is er geen scheiding, is niets gescheiden van elkaar, is alles één en is alles een reflectie van dat grote Zelf, van eeuwig Licht. Het absolute of eeuwige manifesteert zich in het alledaagse of relatieve. Het eeuwige en onbegrensde ervaren we in ons sterfelijk en qua afmetingen en mogelijkheden beperkt lichaam. Het spirituele pad helpt ons die eeuwigheid te incarneren in lichaam en bewustzijn een daarmee in ons denken en doen.
Het is essentieel daar dagelijks onderzoek naar te doen en te gaan zien hoe ons ego ons handelen stuurt en hoe we dat handelen kunnen afstemmen op het grote geheel, het eeuwige Zelf. Onze gedachten, gevoelens en emoties zijn bewegingen van dat Zelf. De wijze waarop dat Licht door mij heen gaat en mij beweegt, bepaalt mijn denken en handelen. Voor de incarnatie en verdieping is het van groot belang dat ik zoveel mogelijk van mezelf zie en leer kennen. Ken jeZelve. De verdieping die in dat proces door de jaren heen plaatsvindt schept helderheid over mijn grote verantwoordelijkheid en helpt me in situaties steeds beter het juiste onderscheid te maken. En tevens, verantwoordelijkheid daar te laten waar het hoort.
Tijdens mijn eigen trainingsjaren heb ik me veelvuldig verdiept in de betekenis van het verleden op mijn doen en laten. Alles wat we doen en denken heeft een grond in onze familielijn, dat is onze opvoeding, scholing en levenservaringen. Maar tevens werd me op zeker moment duidelijk dat de totale evolutie van universum en mensheid een expressie vindt in…ieder moment van ons leven. Een verbijsterende constatering. Alles maar dan ook alles vindt plaats in een eeuwig Licht dat geen verleden, heden of toekomst kent. En toch werken we in ons dagelijks leven met een verleden, heden of toekomst en manifesteert het Licht zich in ons opstaan, ons dagelijks werken, onze momenten van spanning en vreugde. Het is niet te begrijpen.
Een belangrijk punt van aandacht is dat we ondanks de directe expressie van dat Licht in alle dingen, we dat Licht niet kunnen of mogen aanwenden als excuus of als alibi. Mijn eerste Zenleraar Nico Tydeman Roshi: ‘Zen geeft geen verdienste en kan nooit dienen als excuus’. Daarom ook is het maken van het juiste onderscheid zo van belang. We kunnen in bepaalde situaties gemakkelijk wegduiken ‘achter’ het Licht en doen alsof ons geen blaam treft, maar zo werkt het niet. Zie het geweld door religieuze leiders in landen jegens vrouwen die vervolgd worden omdat ze hun hoofddoek niet of verkeerd dragen. De hele historie van de mensheid door is in tal van kleine en grote kwesties religie als wapen, als verdediging en rechtvaardiging gebruikt. Dat gevaar ligt ook in ons eigen leven op de loer. Theresa van Avila waarschuwde in haar ‘Kasteel van de Ziel’ voor het ‘addergebroed’ in ons bewustzijn doorheen alle stadia van spirituele ontwikkeling. Religie geeft geen gelijk, ergo, religie gaat helemaal niet over gelijk of ongelijk. Het gaat om je plaats- en positiebepaling, om helderder te zien wat je te doen staat, om je motieven en achtergronden voor je denken en doen te onderzoeken. Wat maakt dat ik dit of dat denk? Zelfonderzoek in combinatie met de beoefening van ‘gelatenheid’ – het niet onnodig voeden van wat in je opkomt – maakt ons leven tot een plaats voor een krachtige en waarachtige spirituele praktijk.
(foto: Lin Claessens, Rotterdam )
Mahatma Gandhi – Geweldloos optreden
Door zijn niet aflatende strijd in de vorm van geweldloos verzet (ahimsa) tegen onderdrukking, eerst in Zuid-Afrika tegen het blanke regime, en later in zijn strijd tegen de Britse overheersing in India, werd Mahatma Gandhi wereldberoemd. Zijn leven lang zette hij zich in voor een wereld waarin sprake was van meer gelijkheid, verdraagzaamheid, individuele ontwikkeling en politieke rechtschapenheid. Corruptie was voor hem een nachtmerrie. Gandhi verwees, als bron van onrust en geweld, naar onszelf, ons eigen denken en handelen en ons optreden op het wereldtoneel. Nu, bijna 75 jaar na Gandhi’s dood, rijst de vraag, hoe kunnen we ons – individueel en als gemeenschap – laten inspireren door de filosofie van Mahatma (Grote Ziel)?
Deze bijdrage put uit de nalatenschap van Gandhi en gaat in op een van Gandhi’s belangrijkste actiepunten in zijn leven: geweldloos leven, ahimsa. Een enorme opgave voor ieder van ons.
Zie hier de hele tekst Mahatma Gandhi – Geweldloosheid
Wegen van bevrijding
Spiritualiteit wordt dikwijls in verband gebracht met het realiseren van tal van deugden en beoefening van voornemens. Alle grote religies kennen talrijke verzamelingen van (te realiseren en te bereiken) zienswijzen, eigenschappen, gedragsaspecten enz. Onderliggend aan al dit is, wat mij betreft, de ene grote realisatie, namelijk bevrijding uit de cirkel van oorzaak en gevolg (het wiel van tegenstellingen), het werkelijk ‘zien’ wat onze oorspronkelijke aard is en hoe alles zich daarin ontvouwt, vanaf het begin tot aan het eind der tijden. Dat heeft een ongemeen bevrijdende werking. Dat religies als boeddhisme en christendom in die zin wegen van verlossing oftewel bevrijding zijn, kunnen we derhalve letterlijk nemen.
Uitgangspunt is onze onwetendheid, voortkomend uit ons klampen aan de gedachtencirkel over onszelf en de wereld. Daardoor kunnen we niet meer zien en beleven dan wat ons beperkt bewustzijn ons toont. We creëren die beperking zelf. Want dat beperkt bewustzijn is in wezen een functie van een onbeperkte, ongelimiteerde, universele geest. Spiritualiteit helpt ons in de bevrijding van de ketens die ons binden en onze blik zo vernauwen. Zodra die ketens voor een moment wegvallen, ontvouwt het universele, ongelimiteerde ‘zijn’ zich.
Wegvallen betekent ‘alles laten’. Alles wat opkomt zich natuurlijk laten ontvouwen. De intentie is alles te laten zoals het is, wat staat voor niet ingrijpen in het bestaansmoment. Ingrijpen gebeurt onbewust en vanuit een schier onweerstaanbare behoefte om het leven en de omgeving te controleren en te begrijpen. Ingrijpen doen we met woorden, begrippen, concepten, oordelen en met daden.
Als we om ons heen kijken, merken we op hoe vanzelf we dingen benoemen. Dat is ingrijpen en willen controleren. De dingen ‘laten’ is de bevrijding. In feite bevrijd je de dingen van een label of etiket en daarmee van jouw behoefte en drang om de omgeving en het leven te willen controleren. Dát ervaren en werkelijk zien is wat in het Hartsoetra wordt genoemd ‘Gatha, gatha, parasamgatha’ – gegaan, gegaan, naar de overkant gegaan. We hebben de ‘oversteek’ gemaakt, we zijn ontwaakt. In feite verandert er niets en toch is alles veranderd. Een tafel en stoel zijn in het licht van de ongelimiteerde geest geen tafel en stoel en daarom zijn we vrij om ze een tafel en stoel te noemen. Begrijp je dat?
Dié vrijheid, dat is wat Dogen Zenji ‘lichaam en geest zijn weggevallen’ noemde. En hij voegde er nog iets aan toe: ‘Weggevallen zijn lichaam en geest’. We zien alles in een nieuw licht, en tegelijkertijd beseffen we dat alles altijd al vanaf de vroegste tijden in dat licht stond, alleen, ik zag het lange tijd niet. Vandaar de toevoeging: Weggevallen zijn lichaam en geest. Die toevoeging benadrukt in feite dat er niets ‘weggevallen’ is omdat we niets nieuws realiseren. Ja, de sluier van onze misvattingen is weggetrokken, opgelost, weggevallen. Maar de tafel en stoel staan er net zo als voorheen. Het enige verschil is: eerst zag ik ze als tafel en stoel. Nu ook, maar dan in het Licht van de eeuwigheid.
Echter, het moment van bevrijding is niet het eindpunt, integendeel, de bevrijdingservaring(en) ‘vruchtbaar laten zijn’ in ons dagelijks leven is de uiteindelijke uitdaging. Bevrijding is namelijk niet enkel de bevrijding van mijzelf, of beter gezegd, uitsluitend van of voor mijzelf. In het moment van bevrijding, ontdoe ik het grote Zelf van de beperking van het kleine zelf, van mij en mijn vooroordelen en van bewustzijnsvernauwing. Door dit laten wegvallen van het kleine zelf, bevrijd ik alles en iedereen van mijn beperkte blik en ontvouwt zich terstond alles en ieder in het Licht van de eeuwigheid. Tevens dringt tot mij het bewustzijn door van mijn grote verantwoordelijkheid om in dit leven de bezoedeling van het Grote Zelf, als gevolg van mijn zelfzucht en begeerte, tegen te gaan. Dát, precies dát is de beoefening van het spirituele pad, bezoedeling van de Weg, die zich manifesteert in en als mijn geest, tegen gaan. Met andere woorden, wat opkomt ‘laten’, niet voeden en daarmee de openheid die van nature ons bestaan is, niet in de weg staan.
Bezoedeling. Geen bezoedeling. Alles is expressie van het Licht. Maar ons pad is erop gericht de eenheid van het bestaan te dienen, niet louter het eigenbelang. De Zestien Voornemens die we in Jukai en de negentien Voornemens die we in een monnikswijding Shuke Tokudo zijn symbolisch voor deze praktijk. Ze tonen je de drie dimensies van Boeddha, Dharma en Sangha als dimensie van één Licht en zetten al onze menselijke neigingen, zwaktes en sterktes af tegen dat Licht. We nemen ons voor waarheidslievend te zijn en oprecht. Dat is het ideaal van het Licht. Onze menselijke natuur is wat weerbarstiger vanwege een feilbaar karakter dat is gevormd door onder meer familie, scholing, levenservaringen en mate van zelfkennis. Zie daar de uitdaging voor onze beoefening. En dat is nog maar een aspect van de Tien Grote Voornemens, als onderdeel van de zestien. Wat te denken van het respecteren van andermans eigendom (intellectueel en materieel), geen kwaad spreken over anderen en jezelf niet verheffen. We hebben onze handen vol, elk moment van ons leven.
Maar in elk moment schuilt de bevrijding, het Licht en elk moment biedt de mogelijkheid tot beoefening, overgave en het hernieuwd ervaren hoe wonderlijk dit bestaan, dat we delen met zovelen, is. In essentie grenzeloos en tegelijkertijd voor ons mensen beperkt. En we ervaren het beide. Tegelijkertijd.
(Foto: Jeanne Steegs, natuurgebied Eperholt 07-10-2022)