Om de beste ervaringen te bieden, gebruiken wij technologieën zoals cookies om informatie over je apparaat op te slaan en/of te raadplegen.
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.
De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.
Het lichaam is een evolutionaire geheugenbank
We zijn geneigd het geheugen en de werking ervan te zoeken in de hersenen, maar het is met name ons lichaam dat ‘herinnert’. Onze hersenen helpen bij de verwerking ervan. Het lichaam herinnert zich enerzijds wat het ‘is’, namelijk manifestatie van Licht, open en onbepaald, onbegrensde natuur. Anderzijds verwerkt het de bewegingen van dat Licht – te weten de dagelijkse ervaringen in de talloze situaties waarin we belanden en de emoties, gevoelens en gedachten die ermee gepaard gaan. Tegelijk wordt er informatie uit ervaringen in het lichaam opgeslagen en weer op volgende generaties overgebracht. Het lichaam bestaat grotendeels uit water en we weten, ook uit wetenschappelijk onderzoek (o.a.a Institut für Statik und Dynamik der Luft-und Raumfahrtkonstruktionen van de universiteit van Stüttgart ) dat water het vermogen tot geheugenvorming bevat en dat waterkristallen zich kunnen vormen al naar gelang de emoties.
‘Herinnering’ is in grote lijnen de weg van zen. Via meditatie leren we ‘gelatenheid’ beoefenen (contemplatie), het leren ‘laten’ van alles wat opkomt en weer neerdaalt in het lichaam. Op den duur kunnen we op een moment van totale onbevangenheid de cirkel van bevangenheid (oorzaak en gevolg) van misvattingen, concepten, oordelen enzovoort voor een ogenblik doorbreken en ons herinneren waar en wat we werkelijk zijn. We ‘herinneren’ ons de overweldigende werkelijkheid hier en nu, de werkelijkheid die we manifesteren, de werkelijkheid waarvan niets en niemand is uitgesloten. We ‘herkennen’ wat gaande is, wie of wat de ander in werkelijkheid is. Niets of niemand is ons vreemd.
De mens is enerzijds de expressie van puur en eeuwig Licht, energie en anderzijds een tijdelijke verschijning die een weg door het stof te gaan heeft. Het Licht waarmee de Boeddha en Christus zagen, is hetzelfde Licht dat ons heden ten dage laat zien. Dat Licht kreeg vorm in miljarden jaren evolutie. En het is dat Licht dat zich in ons mens, in ons lichaam uitdrukt, als resultaat en uitdrukking van die miljarden jaren evolutie. De mens, jij en ik, wij zijn het resultaat van miljarden jaren van gebeurtenissen en ervaringen. Dat resultaat drukt zich met onze geboorte en onze levens uit in het tijdelijke. En alles wat daarin gebeurt, ‘vult’ die geheugenbank die ons lichaam is.
Ervaringen blijven ons bij, ze worden opgeslagen. Gevoelens en emoties die onverwerkt en weggestopt zijn, uiten zich fysiek, denk aan buik- en maagpijn, spanning op de borst, nek- en hoofdpijn, rugklachten. Verwerkte ervaringen maken gestolde energie weer vrij, energie die kan bijdragen tot groei van onze persoonlijkheid. Het lichaam is dan ook een graadmeter voor onze fysieke en mentale gezondheid. De lichaamshouding die we aannemen toont onze staat van geest – trots, geslagen, vrolijk, verheugd, boos, gekunsteld, ongekunsteld.
In het drukke leven van alledag, te midden van onze bevangenheid, kunnen we op ieder moment terug naar het lichaam en alles ‘laten’, de openheid wekken die we ten diepste zíjn.
Foto: Pexels – Oleksandr Pidvalnyi
Onze eigengereidheid belemmert ons te zien waar we werkelijk zijn
We zoeken te ver. We kijken te ver. Maar soms is dat op je zenweg nodig om uiteindelijk daar aan te komen waar we naar zoeken. Iedere stap op die weg herbergt de plek waar je naar zoekt maar je ziet het niet, je ervaart het niet. Het is nooit ver weg geweest maar je kan het niet zien zolang je zelf aan iets anders denkt, op iets anders hoopt, niet bij machte bent te zien en te ervaren waar je bent. Dat het niets anders is dan de plek waar je nu bent en altijd bent geweest. Hier en nu. Hier en nu verlaat je nimmer, daarom heet het hier en nu. Het punt is dat hier en nu ook ‘verleden’ en ook ‘ toekomst’ omvat. En daar liggen de valkuilen waar we maar al te graag en te vaak intrappen. Want hier en nu is niet interessant, te lastig, minder rooskleurig als we dachten dat het zou zijn, minder hoopvol, minder bevredigend. We zijn zen gaan doen omdat er iets anders in het leven moet zijn. Meer harmonieus, minder conflict, minder pijn, meer liefde, vriendschap, minder leugens enzovoort. We bouwen een heel Utopia dat ogenschijnlijk los komt te staan van waar we zijn, want waar we zijn is nu juist waar we eigenlijk niet willen zijn. Daarom zijn we zen gaan doen.
We voelen dat we iets kwijt zijn, het leven knaagt, wringt en daarom gaan we op zoek. Het is onze hardnekkigheid die ons ertoe brengt te blijven geloven dat ‘het’ overal maar niet hier kan zijn, die ervoor zorgt dat we jarenlang onderweg zijn. Soms reizen we de hele wereld af op zoek naar het einddoel, de harmonie, de Heilige Graal, de betekenis van alles. Tien, twintig, dertig jaar duurt het soms vooraleer we tussen alle Utopia-gedachten een glimp opvangen van de plek waar we naar zoeken. En wat blijkt? Het is niet aan de andere kant van de wereld, hoewel, toen je aan die kant van de wereld waren was het daar ook. Het blijkt namelijk overal te zijn waar je bent, waar je gaat. Want overal waar je bent is hier en nu. Het loopt en reist als het ware met ie mee. Je bent ermee vervlochten. Je kan namelijk niet buiten hier en nu. Dat hier en nu is de manifestatie van jouw bewustzijn, jouw bewustzijn als functie van iets wat oneindig is en wat we Boeddhanatuur noemen. We zijn Boeddhanatuur. Die grenzeloze natuur drukt zich in alles en iedereen uit, hier en nu. En jij ervaart in jouw, in jouw lichaam. Jouw zoekende geest is het functioneren van die natuur, die Essentie, dat Licht. Waarom zag je het niet? Omdat je eerst het zoeken, jouw ego-gedrevenheid moet opgeven om het te kunnen ervaren. Er is een moment van opgave, van overgave voor nodig. Daarom is het zo moeilijk. ‘Ik’ kan het niet bewerkstelligen. De vrucht valt van de boom als die rijp is. de vrucht kan niet zichzelf laten vallen. Het is een proces dat tijd vraagt. Pas als de omstandigheden in harmonie zijn, valt de vrucht. Pas wanneer jij het eind van je eigengereidheid heb bereikt, kan je als een vrucht vallen, in de peilloosheid van dit moment. Niet eerder.
We zijn onszelf een mysterie
Misschien wel een van de meest fascinerende ervaringen op het zenpad, is dat, naarmate het lijkt of het bestaan helderder en concreter – in feite onmiddellijk en zonder tussenkomst – wordt, het mij elk idee erover ontneemt. Wat is het dat ons beweegt? Wie of wat is het dat hoort, denkt, spreekt, aanraakt, ziet? Terwijl ik mijn alledaagse leven leidt, besef ik: wat hier gaande is, is dit noch dat, het ontglipt me, laat zich niet ‘vatten’. Wat zich in alle momenten ontvouwt, is al weer opgelost en voorgoed uit zicht voordat we er echt goed bij stil hebben kunnen staan. We zijn onszelf een mysterie. Als we er naar reiken, wijkt het. In psalm 139 heet het:
U kent elk woord van mij,
nog voordat ik het heb gezegd.
U bent aan alle kanten om mij heen
en uw hand rust op mij.
Het is te wonderlijk om te begrijpen.
Het is te bijzonder, ik kan er niet bij
Vandaar ook het belang van meditatie/contemplatie. Er bij stilstaan is er bij gaan zitten, en in dat zitten – jaar in jaar uit – ontvankelijker worden, gaandeweg jezelf vergeten en ‘jezelf zien in alle dingen’ (Dogen Zenji). Ervaren dat mijn leven het Licht is waarin alles verschijnt en verdwijnt, waarbuiten niets is en waarvan niets en niemand is uitgesloten. Maar daarmee is het niet gedaan. De mystici zeggen: het Ene ervaren, is één ding, maar het Ene vruchtbaar laten zijn in wat je doet en denkt, is een ander. Het Onnoembare weer in het lichaam krijgen en er in je leven handen en voeten aan (leren), er intiem mee worden, is het spirituele pad van het dagelijks leven. Een eindeloos pad, want elke dag, elk uur, elk moment is nieuw en ongebaand en stelt me voor de vraag en de opgaaf: wat staat me te doen?
Essentieel op de weg, en een blijvende uitdaging, is onszelf niet los te zingen van ons sterflijk zijn, van ons feilbaar zijn, van ons mens-zijn. Het is juist een weg van menswording, volledig en onvoorwaardelijk ‘ja’ zeggen tegen het concrete weerbarstige bestaan. Een weg waarin ik me op geen moment kan beroepen op dat ongrijpbare, dat mysterie waaraan ik geen enkele verdienste kan ontlenen en waaraan ik niets kan toedichten. Een weg van her-innering, het opnieuw verinnerlijken van het ongrijpbare als zijnde tevens de directe concreetheid van dit bestaan – in alle vreugde en in alle verdriet.