Wat dit leven schept verlaat ons nimmer

In iedere handeling, in elke  gedachte,

In al ons gevoel schuilt het onmetelijke

Het is de kracht, de troost

De liefde, de grond waarin we allen zijn

het is ons zien, ons spreken en aanraken

Ons bewegen en bidden

Het licht in onze ogen

Wij zijn als klei in de handen

Van het scheppende

Dat ons vormde en vormt naar het eigen beeld

En in dat beeld, precies zoals het is

Ontbreekt niets –

In alles, ieder ogenblik klinkt het fluisteren

Vrees niet, twijfel niet

Ik heb je lief, tot in eeuwige dage

(foto: Scott Webb-Pexels)

Het spirituele pad is de verschuiving van ‘ik’ naar ‘niet-ik’ en vervolgens het leren voorleven van die ervaring van ‘niet-ik’ (of eenheid) in ons alledaagse leven. Dat is een levenslang durend nooit eindigend proces. Het is boeiend van begin tot einde, enorm dynamisch, vol vreugde en verdriet waarin we telkens weer nieuwe en onvermoede kanten van onszelf tegenkomen en (kunnen) ontplooien. We leren onze patronen en conditionering ontdekken en ook waarderen – ons verleden en al onze banden met de familie maken ons grotendeels ook wie we als persoon zijn. Sommige patronen kunnen we wellicht transformeren, anderen minder. Dat onderzoeken is deel van het spirituele proces. In de meditatie heten we alles wat opkomt welkom. We leren wat opkomt te ‘laten’, niet te voeden, niet groter of kleiner maken dan het is. Gewoon ‘laten’. Komt er weerstand op, gewoon laten komen EN laten gaan. Waarbij er uiteraard altijd de mogelijkheid (en soms noodzaak) is te onderzoeken waar weerstand of andere gevoelens, gedachten en emoties hun grond vinden, niet als ego-activiteit maar om de natuurlijke verbinding te verdiepen. Door meer en meer in onszelf te zakken (afdalen in ons bewustzijn, aldus Johannes van het Kruis) komen we letterlijk onszelf tegen en kunnen we knopen die vastzitten ontvlechten en de energie daarin de vrije loop laten.

Ongeacht in welke situatie we zijn, het is van belang dat we diepgaand ervaren dat we een weg gaan en dat we die weg belichamen, of we nu weerstand voelen of niet. De weg, dat is de ‘geest’ of bron die zich in alles en iedereen uitdrukt en waarvan niets of niemand uitgesloten is. Elk moment rijst alles op als reflectie van die bron en in hetzelfde moment verdwijnt het weer. Het gaat naadloos en in dat naadloze (of Ongeborene) zijn verleden, heden en toekomst EEN. In de momenten van overgave (momenten van volledige, onverdeelde aanwezigheid) kunnen we vervuld raken van alle gaven en kan die enorme energie zich in ons mens onweerstaanbaar uiten in grote liefde, compassie en medeleven.

(foto: Tina Nord -Pexels)

We zijn verbonden, altijd en overal, in welke positie of situatie we ook zijn. Meditatie heeft twee grote ‘doelen’- we komen onszelf tegen wat van belang is voor zelfonderzoek en groei. En het opent ons voor het mysterie dat zich uitdrukt in alles en iedereen en wat zich in ons als mens en in onze beleving van alledag (alle verschijnselen) manifesteert. Uiteindelijk ervaren we dat we onlosmakelijk met alles en iedereen verbonden zijn, wederzijds afhankelijk, dat alles en iedereen ‘mij’ beweegt en, tegelijkertijd, dat dit leven zoals ik het ervaar ongebaand is en alleen door mij kan worden gegaan en geleefd. Dat is waarom ik vaak zeg: het gaat er niet om christen of boeddhist te zijn of te worden, het gaat erom mens te worden en te zijn, zo volledig mogelijk mens te zijn, naar vermogen. Dat is de uitdaging van het pad te midden van een wonderlijk en tegelijk zeer weerbarstige wereld. Het leven moet geleefd worden, we kunnen en mogen ons er niet aan onttrekken. Er is geen plek waar we kunnen vluchten voor onszelf. Elke stap, elke daad, elke gedachte doet er toe. Daarom benadrukt zen ook zo: laat geen tijd verloren gaan.