Onder al ons handelen en denken, ligt een alomvattende universele dimensie die in, door en met ons beweegt, vaak zonder dat we het beseffen. Ons lichaam, ons denken en al onze andere vermogens zijn er een functie van en vallen ermee samen. Die dimensie of oerkracht (ook wel het Onnoembare of Boeddhanatuur genoemd) vindt zijn expressie in alles en iedereen. Het is de werkelijke bron die alles creëert, alles in beweging zet en waaruit we kunnen putten, letterlijk. Het is vrij van eigenschappen, niet te vangen of te begrijpen, ongeboren, oneindig en het sluit niets uit.

In het spirituele proces ‘werken’ we ermee. Beter gezegd, het is dit Onnoembare dat ons aan zet tot bewegen en werken. We geven gehoor aan een innerlijk fluisteren. En het is paradoxaal: deze natuur die we belichamen is dezelfde natuur waarnaar we op zoek zijn. Daarom is het zo’n lastige en ongrijpbare zoektocht en oefenweg. Het is wat we ten diepste zijn.

Uiteindelijk telt enkel de praktijk van dit ogenblik, dat is de plek waar alles, de hele evolutie en schepping zich tentoonspreidt, in en door ons en in alle andere dingen. Daar gebeurt het, daar ontstaan verleden, heden en toekomst, daar manifesteert zich de onverbrekelijke eenheid in de tienduizend dharma’s waarin we ons niet zelden zo snel verliezen.

Zen is een weg van her-innering, her-eniging, wat verloren werd gewaand ten volle ervaren als zijnde ons leven zoals het zich ieder moment ontvouwt. In de meditatie – het zittend, stilzwijgend aanwezig zijn – worden we allereerst geconfronteerd met ons wereldse zelf, al onze gedachten, gevoelens, wat we willen, wat we hebben gedaan of nog moeten doen. Geleidelijk dringt zich in de periodes van enkel stilzwijgend zitten een andere dimensie op, namelijk die van de inherente leegte (sunyata), de werkelijkheid waarvan alle verschijnselen expressie zijn, ook het besef van ‘ego’. Er vindt een verschuiving plaats van ‘ik” naar ‘ niet-ik’. Het mediterend ego verliest op den duur  de oriëntatie en greep op zichzelf en de omgeving. De ‘zo-heid’ van alles, het niet-iets, de onbepaaldheid ervan, de immense oneindige, bodemloze ruimte waarvan alles expressie is, ontvouwt zich. De eigen identiteit staat op losse schroeven. Die jarenlange beoefening van het niet-iets doen,  het wachten, het geduld oefenen, het uithouden kan leiden tot het wanhopig besef dat er spiritueel gezien niets lijkt te gebeuren. Verveling, dorheid en eenzaamheid kunnen er de vruchten van zijn, een lange, uitputtende en trage gang door een droge woestijn. En dat is precies wat het is. Uithouden en vertrouwen zijn gevraagd.

Johannes van het Kruis schreef over deze ervaring van de dorheid, de woestijn. ‘Deze mensen, als ze een glimp ervaren van de concrete en perfecte aanwezigheid van de geest, die zich manifesteert in de complete afwezigheid van alle zoetigheid, die zich manifesteert in dorheid, afkeer en in de vele beproevingen die het ware spirituele kruis zijn, vluchten ze ervandaan als voor de dood.’ Het is die openheid (of tegenwoordigheid van geest) die zich in de meditatie – contemplatie meer en meer opdringt. De openheid kent geen kenmerken, geen eigenschappen, geen komen en geen gaan, geen personen, er is enkel DIT! Het is de grond aller dingen – gedachten, gevoelens, objecten, lichamelijke kenmerken, zintuiglijke waarnemingen en verschijnselen. Alle schepping lijkt een schilderij waarvan het raamwerk tegelijk leeg is. Johannes van het Kruis: ’Zo lang de dorheid, de droogte van de nacht van de zintuigen duurt, zal de spirituele mens grote beproevingen ondergaan.’ In ons leven zijn we continue alert. We vangen alles en voortdurend in onze omgeving met de zintuigen op en vermengen en vertroebelen deze met wat het aan gevoelens, gedachten en emoties in ons oproept. In de contemplatie worden die zintuigen geleidelijk aan stilgelegd. De nacht van de zintuigen treedt in. De Duistere Nacht, zoals Johannes van het Kruis het noemt. De Nacht die God openbaart. Anders gezegd, God als zijnde de Nacht.

Spiritueel gezien worden we uitgenodigd elke hechting aan wat ook op te geven, beter gezegd, elk idee dat we ons ergens aan kunnen vasthouden of dat er hoe dan ook maar iets van jezelf is. Pas als we dat geduld en die bereidheid kunnen opbrengen, kan zich ontvouwen wat altijd schuil ging in het rusteloze en chaotische beeld van de wereld en van jezelf. Namelijk dat wat je ziet, ervaart en vindt van jezelf en van de wereld niets anders is dan onbepaalde openheid. Elk beeld wordt door de zintuigen gevuld met hallucinerende vormen, kleuren, geuren enz. Het is zo levendig en echt dat we er door betoverd raken, letterlijk. Maar in werkelijkheid is het de expressie van de ene geest, onze natuur en wezenskern die zelf de grote schat, de Graal vormt, waarnaar zovelen op zoek waren en zijn.

Voor Carl Gustav Jung was eenzaamheid een ‘genezende bron’. Zijn spirituele weg verliep op een geheel eigen wijze. Hij had zich zijn hele leven eenzaam gevoeld, als kind en als volwassene. Hij had een ‘passie voor het alleen-zijn, de verrukking van de eenzaamheid.’ Op 83-jarige leeftijd zei hij: ‘Mijn hele jeugd kan men vanuit het sleutelbegrip ‘geheim’ begrijpen. Door de geheimen werd ik bijna ondraaglijk eenzaam. ( ) Ook nu ben ik eenzaam, omdat ik dingen weet en moet suggereren die anderen niet weten – en meestal ook helemaal niet willen weten.’
(foto:Pexel)

Luisteren is een vermogen van ons wezen, hetzelfde wezen waaraan we overigens al onze andere vermogens te danken hebben, zoals spreken en denken. Luisteren is een ultieme vorm van verbinden, we luisteren immers niet met onze oren maar met ons wezen. En dan heb je nog luisteren en luisteren. Luisteren we vanuit het ego of luisteren we werkelijk?

Luisteren vanuit het ego toont zich wanneer een persoon de conversatie naar zich toetrekt door elke mogelijkheid in het verhaal van de ander aan te grijpen. Ja, dat heb ik ook gehad toen ik…. Ja, ik ben vorige week ook bij de dokter geweest en….

We kunnen ook luisteren met een agenda in het hoofd, bijvoorbeeld door een of geen bevestiging te zoeken in wat een ander vertelt. Zie je wel, had ik toch gelijk! Als ik het niet dacht!

Het zijn beide vormen die voortkomen uit de behoefte greep te houden op het eigen leven. Men schermt zich af, is niet werkelijk tot empathie in staat, tot het toelaten van een verhaal van de ander. Dit verklaart dat gesprekken niet zelden moeizaam verlopen en zelfs kunnen ontaarden in conflicten. Het verhaal van de ander kan niet landen omdat er geen ruimte is, omdat er te veel behoefte aan aandacht voor de eigen situatie of omdat men vol zit met (voor)oordelen en concepten. Denk ook aan de politiek waarin men in debatten duidelijk kan zien dat men elke tijd aangrijpt om het eigen verhaal te vertellen, niet om naar een ander te luisteren. Of aan mensen die dolgraag een ander willen veranderen of telkens vertellen wat die persoon moet doen.

In deze gevallen is er sprake van een filter in het luisteren. Je zou kunnen zeggen dat onze patronen, die we in meer of mindere mate allemaal hebben, ons leiden. Het leven is de uitdaging deze patronen te herkennen, ze te transformeren of, als ze al te hardnekkig zijn, er mee te leren omgaan. Een kennis van me spreekt van de diepe groeven in de cd van je leven, waarin je geregeld blijft hangen en daarmee telkens weer in dezelfde gewoontes vervallen. De groeven kunnen zich aandienen als emoties zoals angst of bepaalde vaste gedachten over iets of iemand. Vanuit zo’n groef hoort men niet werkelijk wat de ander vertelt en beweegt.

Luisteren met je wezen vraagt iets anders. Namelijk een onbevooroordeeld open staan voor het verhaal van de medemens, een voorwaarde om de nuances in wat men hoort op te vangen. Dat is ook de betekenis van communicatie, verbinding. Wie openheid praktiseert, komt uiteindelijk tot bevrijdende communicatie. Ruimte maken voor een ander helpt de ander uit diens beschutting te komen. Een open houding in luisteren, biedt de mogelijkheid meer in de actualiteit te blijven en minder te worden verrast door veranderingen. Ja, men slaagt er dan beter in om met en in die veranderingen mee te gaan.

Wat hoor je? En, wat hindert je om werkelijk te kunnen horen wat er speelt? Het is een geweldige vorm van zelfonderzoek ten gunste van een betere communicatie, ja, bevrijdende communicatie.