Om de beste ervaringen te bieden, gebruiken wij technologieën zoals cookies om informatie over je apparaat op te slaan en/of te raadplegen.
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.
De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.
Ons lichaam – wonderlijke expressie van compassie en wijsheid
Op het spirituele pad kunnen we lange tijd in de veronderstelling verkeren dat, wanneer we spreken over ‘geest’ het over iets anders gaat dan het lichaam. De westerse uitspraak ‘een gezonde geest in een gezond lichaam’ heeft daar waarschijnlijk sterk toe bijgedragen. Maar ‘geest’ duidt op een dimensie die alles omvat, die zich uitdrukt in alles, die niet-iets is, niet geboren wordt of sterft. Het kent tal van benamingen, van Ongeborene en Boeddhanatuur, tot Tao, Allah, het Onnoembare en God. De ‘geest’ komt niet en gaat niet.
Alles waarin de geest zich uitdrukt, is per definitie ‘wijsheid’ en ‘compassievol’. Tenminste als we ide uitdrukking of expressie ervaren zonder opinie, analyse, opvatting, mening. Ervaren als ‘enkel dit’. Het lichaam kan als tempel van de geest worden beschouwd en is evenals expressie van wijsheid en compassie.
Het lichaam is wellicht een van de minst gewaardeerde fenomenen in ons leven. Het lichaam weigert nooit dienst. Behalve wanneer het wordt overvraagd. Voor de ego-gedreven mens is het lichaam een object van trots of van schaamte. We kleden het aan, ‘verfraaien’ het, willen bepaalde aspecten ervan laten uitkomen, maskeren het om onszelf te verhullen. In al dat doet het lichaam er het zwijgen toe, het protesteert niet en wijst niet terecht.
We eten wat we lekker vinden, ongeacht de gevolgen ervan voor ons lichaam. Het lichaam kan veel hebben maar er kan een moment komen dat het signalen afgeeft, in al haar/zijn wijsheid. Alle organen kunnen overbelast raken en reageren. Ook dat is wijsheid en compassie. Het signaal van disbalans is een uiterst belangrijke reactie. Het lichaam doet er alles aan te blijven functioneren. In onze hersenen zijn miljarden cellen actief, onze huid is een uiterst gevoelige intermediair tussen omgeving en de binnenkant van het lichaam, we ademen in en uit, de longen brengen de zuurstof in de bloedbanen, het hart pompt het zuurstofrijke bloed door het hele lichaam en de longen verzorgen de afvalverwerking ervan.
Alles gebeurt in een ongekende harmonie met onze handelingen en gedachten, met de omgevingsfactoren, met het universum als geheel. De mens is geen eiland, ik zeg het vaak. Het lichaam is een wonder, een mysterie. Niet de geest is de bodhisattva, het wezen van compassie. Het is het lichaam als voertuig voor de mens, de tempel vanwaaruit de mens getuige kan zijn van de werking van ‘bodhi’ – het niet-iets of Ongeborene – in alles en iedereen.
Het zien, het voelen, het bewegen, het ruiken, het horen, het spreken, het aanraken, de spijsvertering, het ademen, het denken, al onze gevoelens, emotie – al dat is het functioneren van bodhi in optima forma op een compassievolle wijze. Eeuwige wijsheid in actie. Het is goed om daar dagelijks bij stil te staan, om het te onderhouden, om er zuinig op te zijn, om ernaar te luisteren.
(foto: Pexels)
Stilte, de ervaring van ‘verstilde behoeftigheid’
De plaats van ons leven, daar waar we zijn, is niet zelden het toneel van hollen en stilstaan. Door innerlijke onrust en een druk hoofd brengen we ons geestelijk grondwater in beroering. Maar wat tot beroering wordt gebracht, kan ook weer kalmeren waardoor we opnieuw een-voud, samenhang en helderheid in ons bestaan ervaren en goed zien wat ons te doen staat. In alle drukte schuilt, zonder dat we dat beseffen, tegelijkertijd de bron van stilte en kalmte. Iemand noemde ‘stilte’ de ervaring die ontstaat in verstilde behoeftigheid. Uit die bron kunnen we dankzij de meditatie (leren) putten, niet alleen op een kussentje maar uiteindelijk ook in ons leven en werk overdag.
Als we de tijd daarvoor nemen, kunnen we te midden van de drukte van alledag de dimensie van natuurlijke en verbindende een-voud en samenhang ervaren. Die een-voud is onze wezensnatuur. Het is deze eigenste natuur en levensbron die alomtegenwoordig is, ons bezielt en troost, beweegt en kracht biedt. Deze kracht heeft tal van namen: het Ongeborene, Boeddhanatuur, God, Zelf, Onnoembare.
De natuurlijke eenheidskracht ervaren, vraagt om innerlijke verstilling, alle geluid en prikkels, emoties, gevoelens en gedachten te kunnen laten voor wat ze zijn. In de meditatie kan het troebele water van onze onrustige geest weer verhelderen. Die transformatie wordt mogelijk als we afleren om ons steeds weer te laten meeslepen door prikkels van buiten die vooral verstrooiend werken. Dat is de oefening van de meditatie – afleren iets te doen, de geest niet te vertroebelen of te verduisteren en daardoor steeds meer open te staan voor de situatie van het eigen bestaan in dit moment. En het volgende moment. En uiteindelijk blijkt: wat we ook meemaken, of we het ene been optillen en het andere neerzetten, we verlaten de plaats van verlichting niet,
Ons leven blijkt zich niet gisteren of morgen af te spelen maar altijd in NU, dit ogenblik. Dit heeft een bevrijdend effect op de eigen beleving en daarmee op het gezamenlijk beleven van dat bestaan – het samen leven. Het denken in onderlinge tegenstellingen maakt meer en meer plaats voor de oorspronkelijke en natuurlijke verbondenheid. Ieder mens is weliswaar uniek maar tevens onlosmakelijk met de ander en de omgeving verbonden. Alles en iedereen blijkt bij te dragen aan onze levensweg. We dragen daarmee de zorg voor elkaar, een grote verantwoordelijkheid, immers al ons denken en doen heeft effect op onze omgeving.
Een onvatbaar mysterie
We zijn gewend te leven in de bubble van een op belangen, prestatie en materie gericht leven waar we de dood liever buiten houden. We leven in een modus van herinneringen en van plannen. Wat hebben we gedaan, waar zijn we geweest, wat gaan we vandaag doen, komende week, maand, jaar? Waar willen we over 5 jaar staan? We beseffen niet altijd (misschien wel nooit) dat ook die bubble zijn wortels heeft in hier en nu, daar waar leven én dood thuis zijn. Er is alleen maar dit moment.
We kunnen niet zonder onze herinneringen en we kunnen niet anders dan plannen, maar wat als we meer bij de tijd, bij de actualiteit, in dit ogenblik zouden leven, bij wat we nu doen en bedenken, bij de ontmoetingen die nu plaatsvinden, bij de situatie waarin we ons nu bevinden?
Wat als we kunnen zien dat ons leven en werk de uitdrukking, expressie en manifestatie zijn van iets groter dan wij zijn, ja van een onvatbaar mysterie? Als we kunnen ervaren dat ieder moment ongebaand is, niet eerder beleefd, met een kracht die ons – en alles om ons heen – nooit hetzelfde laat zijn. Dat verandering deel van ons is en niet iets waar we bang voor moeten zijn. Dat we dit veranderend ogenblik niet als eenling of als eiland beleven maar in diepe verbondenheid met en verantwoordelijkheid voor onze omgeving. Dat elk ogenblik onherroepelijk is, dat het ons de mogelijkheid er alle kwaliteit aan te geven die in ons is. Dat dit ogenblik open is naar alle richtingen en dat we dat besef van openheid, ja vrijheid, kunnen ervaren.
Het vraagt een omkering van zienswijze, een andere oriëntatie, een meer op de realiteit gebaseerde leefwijze. Door alleen aan leven te denken beleven we het bestaan in feite eenzijdig. Verbinden we leven aan de dood dan hebben we te maken met een natuurlijk bestaan en wordt de zaak compleet, kunnen we meer leven wat we van oorsprong zijn, sterrenstof in de vorm van een sterfelijk wezen dat in het eigen bestaan een inspanning levert vorm en inhoud te geven aan zijn of haar bestaan, ja, wellicht zijn of haar bestemming.