Van de e-nieuwsbrief van ENSŌ ZEN CIRCLE september 2021 – door Sensei Ben Hui-Chao

Een spiritueel proces dient mijns inziens slechts één doel: de weg terug vinden naar jeZelf (hoofdletter Z) en aldus de verschijnselen in en de weerbarstigheid van de wereld te leren zien als de weerspiegeling van de eigen geest en de kleur die we eraan geven als de reflectie van onze eigen rust of onrust, vrede of onvrede. De wereld ontvouwt zich in onze geest en daar en alleen daar geven we er een kleur, mening, emotie, gevoel en oordeel aan.

De grond, de natuur waaruit de schepping voortkomt, is onze geest waarin alles en iedereen een onvervreemdbare plek heeft. En hoewel we alles een naam geven, is de geest zelf onkenbaar. En daarmee in feite ook alles wat er in verschijnt. We zijn geschapen naar Gods beeld. Maar wie of wat is God? Geen idee. En als we geschapen zijn naar dat beeld, wie zijn wij dan? En als bomen, planten, de oceanen ook geschapen zijn naar dat beeld, wat zijn dat dan voor verschijnselen? Wat is alles in de kern? Geen idee.

In ons bevindt zich een onpeilbare diepte en openheid die het totale universum en de cyclus van leven en dood omvat. Die openheid is de bron van alle schepping en in zichzelf een mysterie. In tal van culturen en in de menselijke historie van duizenden jaren heeft die openheid tal van namen gekregen – God, Atman, Tao, Allah, het Onnoembare, Zo-heid, Boeddhanatuur. Het is dat mysterie dat elk verschijnsel – een levend wezen en ding – voortbrengt.

Lees hier de hele tekst: Nieuwsbrief Enso Zen Circle – september 2021 Blog

De praktijk die niemand ziet: de verwezenlijking van het bodhisattva ideaal – Stichting Izen

Alles in dit bestaan, elk levend wezen of object, vindt een grond in het Ongeborene. Spirituele beoefening helpt ons dit Ongeborene in ons bewustzijn weer tot leven te brengen, met andere woorden, de geest in ons te ‘incarneren’. Dit helpt ons op directe wijze verbonden te blijven met waar we zijn en omhanden hebben. Dat is het thema van deze bijdrage. De spirituele beoefening omvat rituele handelingen (meditatie, buigen, het gebaar van gassho, soetrazang, etc.) die ons in het levensspoor helpen en ons laten herinneren wat en wie we en met wie we zijn. Maar uiteindelijk is het zaak die beoefening tot levenspraktijk te maken – een meditatief leven te leiden waarvan niets en niemand is uitgesloten, een leven opgedragen aan…het leven. Geen leven zonder fouten of in schijn maar in oprechtheid waarin je je eigen zwaktes en sterktes leert kennen, waarin je leert zien, in alle doen en laten, hoe afhankelijk we wederzijds van elkaar zijn. In alles wat je omhanden hebt, kun je jezelf openen voor wat we noemen ‘de compassie der dingen’. Een kopje koffie maken en tot je nemen is een wonder. We leren dat wat ons wordt aangereikt, via de grond der aarde en het werk van vele handen tot je is gekomen. Shunryu Suzuki zei eens: ‘Goed zorgen voor een kopje, is goed zorgen voor mij.’ Waarbij hij met ‘mij’ doelde op het grote Zelf.

De honderden dingen in het huis waar ik woon maken het wonen mogelijk. Honderdduizenden momenten, ontelbare personen en even ontelbare objecten hebben geleid tot het moment waarin ik deze woorden mag formuleren. Niets is in die zin zonder betekenis of zonder waarde, ongeacht wat we mee- en doormaken.

En tegelijkertijd, alles is per definitie volstrekt open en onbepaald. We worden naakt geboren en zullen naakt sterven – uiteindelijk staan we met lege handen. Dat wil zeggen dat ieder ogenblik Ongeboren, naakt kan zijn. Met lege handen staan, is dat niet tegelijkertijd vervuld staan en zijn van alle leven?

Dat is waarom we onze beoefening aanduiden als beoefening van een beginner. De jaren van Zen beoefening tellen feitelijk niet. Zodra we denken ‘Ik doe dit al zoveel jaren’ stappen in een valkuil van zelfdeceptie, zelfgenoegzaamheid, bekleden we ons met de denkbeeldige kleren van de keizer. Zen beoefening is gewoon je leven leiden, niet meer, niet minder. Het ís je kom wassen als je gegeten hebt. Het is stoppen met de rijstzak van je verleden met je mee te sjouwen. Het is zien dat ieder ogenblik in alle richtingen open is. En dat die openheid ‘hangt’ onder a je daden en gedachten, of je nu autorijdt, fietst, met een ander praat, lief hebt, boodschappen doet, kookt of de ramen lapt. De weg is waar je bent, de weg is wat je voorleeft. Die ervaring is de levende compassie ervaren, de wijsheid van het universum. We staan er niet zo vaak bij stil maar we zíjn deel van het universum, het is onze geboorteplaats, het Ongeborene. De sterren in de nacht vertellen ons verhaal, de blauwe lucht van de oneindige ruimte overdag toont ons die geboorteplaats, ieder moment. Met andere woorden, we zíjn thuis, overal waar we zijn. Dat is waarom Mozes met blote voeten God in de brandende braamstruik tegemoet trad – hij bevond zich op heilige grond. Die heilige grond ís hier, precies op de plek waar we zijn. Altijd. Overal. In alles wat we doen. Overal zijn we met alles en iedereen.

Foto: Kira auf der Heide – Unsplash